Lampen en energiebesparing

Stel er branden bij u in huis vijf lampen gemiddeld 3 uur per dag. Wanneer u hierbij spaarlampen (15 Watt) gebruikt in plaats van gloeilampen (60 Watt), dan levert u dit een besparing op van 250 kWh oftewel 40 euro per jaar. Dat is ongeveer de helft van het totale jaarlijkse elektriciteitsverbruik voor verlichting. Spaarlampen zijn de afgelopen jaren wat afmeting en lichtkleur betreft, steeds meer op de gewone gloeilamp gaan lijken. Ze passen nu in de meeste armaturen. Spaarlampen en TL-lampen leveren veel licht met relatief weinig energie en gaan lang mee. De hogere aanschafprijs heeft u er daardoor al na een jaar uit.

Enkele tips:

Verlichting en milieu

Verlichting vormt een grote post op de energierekening. In totaal verbruikt een huishouden gemiddeld 3300 kWh elektriciteit per jaar. Hiervan neemt verlichting eenzesde (550 kWh) in beslag. Bij het opwekken van elektriciteit komen schadelijke stoffen vrij zoals het broeikasgas CO2. Lampen die zuinig zijn met elektriciteit helpen dus het milieu te sparen.

De mogelijkheden voor milieubewuste verlichting

Bij het verlichten van uw woning kunt u op verschillende manieren rekening houden met het milieu:

Energieverbruik van lampen

Een TL-buis, een ledlamp en een spaarlamp gebruiken veel minder elektriciteit voor dezelfde hoeveelheid licht dan een gloeilamp. Daarnaast gaan ze veel langer mee. Halogeenlampen zijn iets zuiniger dan gloeilampen.

Ledlampen
Ledlampen gebruiken veel minder energie dan gloeilampen en spaarlampen. Ledlampen vormen veruit de goedkoopste manier van verlichten.

Spaarlampen met schroeffitting
Spaarlampen zijn in feite kleine, gebogen TL-buisjes. Deze spaarlampen hebben in de voet een ingebouwde voorschakelaar. Ze gebruiken veel minder energie dan gloeilampen en kunnen in gewone armaturen gebruikt worden. De tegenwoordige spaarlampen hebben vaak dezelfde afmetingen en dezelfde lichtkleur als gloeilampen.

Spaarlamp met steekfitting
Spaarlampen met steekfitting hebben geen ingebouwde voorschakelaar. Ze passen alleen in speciale armaturen waar een voorschakelaar is ingebouwd. Het voordeel hiervan is dat bij vervanging van de lamp, niet ook meteen de voorschakelaar weggegooid wordt.

Halogeenlamp (standaard of met infrared coating)
Halogeenlampen bevatten een gloeidraad en een gas. De gloeidraad geeft door het gas meer licht met dezelfde hoeveelheid elektriciteit dan bij een gewone gloeilamp. Een halogeenlamp is minder zuinig met elektriciteit dan een spaarlamp. De nieuwste halogeenlampen hebben ook een coating voor infrarode warmtestraling. Ze hebben een hogere levensduur en geven 30% meer licht dan een gewone halogeenlamp.

Gloeilampen
Het licht in een gloeilamp wordt geproduceerd door een gloeidraad van wolfraam. De gloeidraad slijt en breekt als deze te dun wordt. Gloeilampen hebben een relatief korte levensduur en gebruiken relatief veel elektriciteit

Spaarlampen

Gemiddeld heeft een huishouden 31 lampen. Hiervan is het grootste gedeelte (20 stuks) gloeilamp. De TL-lamp en de halogeenlampen volgen met ieder 3 stuks. Van de spaarlamp heeft een gemiddeld huishouden er 4 in huis en van de ledlamp 1 stuks. Als u alle lampen die gemiddeld meer dan drie kwartier per dag branden door spaarlampen vervangt, halveert u daarmee het energieverbruik voor verlichting. Ook bij lampen die korter dan drie kwartier per dag branden loont het de moeite om spaarlampente gebruiken. De terugverdientijd is dan wel wat langer. Er is een speciaal type spaarlamp voor lampen die u vaker dan 10 keer per dag in- en uitschakelt. Informeer hierover bij uw winkelier.

Kwaliteit
De eerste spaarlampen waren groot en zwaar en gaven ongezellig licht. De nieuwe generatie spaarlampen is veel kleiner en daardoor beter inpasbaar. Ook is de kleur van het licht van spaarlampen warmer geworden. Verder zijn er nu elektronische spaarlampen te koop die binnen een halve seconde zonder te flikkeren opstarten en binnen 100 seconden 90% van de lichtsterkte bereiken. Dit verhoogt het comfort. Ze kunnen zonder bezwaar vaak in- en uitgeschakeld worden.
Spaarlampen gaan lang mee, al zijn er wel grote verschillen in branduren tussen de verschillende merken. Goedkopere spaarlampen hebben soms een levensduur van slechts 3000 uur, duurdere spaarlampen van 12000 uur.

Laten branden of uit doen
Regelmatig aan en uit doen van TL- en spaarlampen kost geen extra energie. Het kan wat extra slijtage geven. Vuistregel: verlaat u een ruimte voor langer dan 3 minuten, dan loont het de lamp uit te doen.

Vergelijking van lichtopbrengst
Wilt u een gloeilamp vervangen door een spaarlamp, dan geeft onderstaand model een indicatie van de besparing. Een spaarlamp verbruikt circa 78% minder stroom dan een dan een gloeilamp!

Gloeilamp

Spaarlamp

25 Watt

6 Watt

40 Watt

9 Watt

60 Watt

13 Watt

75 Watt

18 Watt

100 Watt

22 Watt

125 Watt

25 Watt

Kosten en besparingen
Een spaarlamp kost gemiddeld € 6,- en een gloeilamp € 0,70. Een spaarlamp is in aanschaf dus duurder dan een gloeilamp. Maar die extra kosten verdient u in één jaar weer terug. Op de lange duur zijn spaarlampen erg voordelig. Dat komt door de lage energiekosten en de lange levensduur. Een spaarlamp van 15 Watt geeft net zo veel licht als een gloeilamp van 60 Watt. De spaarlamp verbruikt per jaar (uitgaande van 1000 branduren) 15 kWh elektriciteit, de gloeilamp 60 kWh. Dat is een besparing 45 kWh, ofwel van € 9,90. Binnen een jaar heeft u de aanschafprijs van de gloeilamp er dus al uit. Vanaf dat moment gaat u verdienen op de spaarlamp. Een spaarlamp brandt gemiddeld 10.000 uren, dat is ongeveer tien keer langer dan een gloeilamp (1000 branduren). In die 10.000 branduren betaalt u maar éénmaal de aanschafkosten van een spaarlamp (7 euro) en voor gloeilamp doet u dat tien keer (10 X 0,70 = 7 euro).

Bereken uw voordeel

Wilt u weten wat u in uw woning kunt besparen door het vervangen van gloeilampen door spaarlampen? Ga dan aan de slag met onderstaand rekenmodel en zie het verrassende resultaat. Bij de berekening is uitgegaan van een goede kwaliteit spaarlamp (10.000 branduren), gemiddelde prijzen voor gloei- en spaarlampen, en een elektriciteitsprijs van 0,22 euro per kWh.

Tip: Loop voordat u de berekening wilt maken eerst eens door uw woning en noteer welke gloeilampen (+ wattage) u zou kunnen en willen vervangen door spaarlampen. Maak ook een inschatting van het aantal uren dat de lamp per dag brand.

Vergelijk led-, spaar- en gloeilampen

Lichtstroom
Stroomverbruik vergelijking


ledlamp


spaarlamp

gloeilamp
50 lm
1,2 W
4 W
20 W
100 lm<  
5 W
25 W
100–200 lm  
6/7 W
30/35 W
300 lm
2,8 W
8/9 W
40 W
400 lm  
10 W
50 W
500 lm
5 W
11 W
60 W
600 lm  
14 W
65 W
700 lm  
17 W
75 W
800 lm
9 W
18 W
75 W
900 lm  
20 W
100 W
1100 lm  
23 W
120 W

Voordelen

Aanschaffingskosten
+
(Stroomverbruik x Stroomprijs)
= Totale kosten

Gloeilamp
50 x € 0,70
+
60W x 50.000h x € 0,22 / kWh
= € 695,-

Spaarlamp
8 x € 6,00
+
11W x 50.000h x € 0,22 / kWh
= € 169,-

Ledlamp
1 x € 9,95
+
5W x 50.000h x € 0,22 / kWh
= € 64,95
Besparingspotentieel _____ = € 526,- resp. € 104,05

 

 

 

 

 

 

 

Levensduur
Een ledlamp werkt ongeveer 50.000 branduren (een normale gloeilamp werkt gemiddeld 1.000 branduren, een spaarlamp gemiddeld 6.000 branduren). De lichtterugval in de lichtopbrengst over de gehele termijn is minder dan 30%. De lamp wordt niet heet, is tril- en schokbestendig. Bij vier uur gebruik per dag gaat hij 35 jaar mee. Ook kan een ledlamp goed tegen snel in- en uitschakelen, in tegenstelling tot een spaarlamp.

Energieverbruik
De ledlamp verbruikt ca. 90% minder energie dan een gewone gloeilamp en ongeveer de helft minder dan een spaarlamp.

Halogeenlampen

Halogeenlampen gebruiken meer elektriciteit dan spaarlampen, maar zijn wat zuiniger dan gloeilampen. De nieuwste halogeenlampen hebben een coating voor infrarode warmtestraling. Hierdoor geven ze 30% meer licht dan een gewone halogeenlamp. Ze zijn dus zuiniger met elektriciteit. Ook gaan ze langer mee dan een gewone halogeenlamp. Ter vergelijking: een halogeenlamp met infraredcoating van 20 Watt, of een gewone halogeenlamp van 30 Watt geeft net zo veel licht als een gloeilamp van 40 Watt.

De juiste lamp op de juiste plek

Door de juiste lampen op de juiste plekken toe te passen, kunt u met minder lampen en dus minder energie beter licht in huis halen. Belangrijk is het onderscheid tussen basisverlichting en accentverlichting.

Voor de basisverlichting in een ruimte is meer diffuus, verspreid licht prettig omdat de contrasten tussen licht en donker dan minder groot zijn. Het gebruik van armaturen voor spaarlampen met steekfitting, eventueel in combinatie met een ingebouwde dimmer, geeft veel comfort en energiebesparing. Deze investering verdient zichzelf terug, omdat de basisverlichting veel branduren maakt.

Voor accent- en taakverlichting kan het beste voor gericht licht van spaarlampen of halogeenverlichting gekozen worden, om voldoende lichtsterkte op één plaats te hebben. De energiezuinige TL-lamp is vooral in de keuken, garage of op de hobbyzolder een goed alternatief. Voor indirecte verlichting in de woonkamer is de TL ook bruikbaar, mits goed weggewerkt in lichtkoven. De TL armatuur is dan gemonteerd achter een rand of plank, zodat de TL niet direct zichtbaar is en het licht weerkaatst via wand of plafond. De lichtkleur van TL kan positief beïnvloed worden door de binnenzijde van de lichtkoof een warme kleur te geven zoals (oker)geel. Ook de kleur van de indirect door TL verlichte wand of het plafond heeft invloed op de lichtkleur.

Nieuwe armaturen kopen

Bij het kopen van een nieuwe armatuur kunt u er op letten of die geschikt is voor spaarlampen. Er zijn ook speciale armuturen waar spaarlampen met steekfittingen in passen, ook wel energiezuinige armaturen genoemd. Een voordeel is dat de voorschakelaar (de "starter") in de armatuur is ingebouwd. Bij vervanging van de spaarlamp hoeft dan niet automatisch ook de voorschakelaar vervangen te worden. Hetzelfde geldt voor TL armaturen.
Energiezuinige armaturen zijn soms te herkennen aan het GEEA-label of aan het KEMA certificaat.

Voorkom sluipverbruik

De meeste halogeenlampen werken niet op 230 maar op 12 Volt, waardoor een transformator noodzakelijk is. Deze verbruikt ongeveer 5 Watt aan elektriciteit. Wanneer de aan/uit-schakelaar tussen de transformator en de lamp zit, blijft de transformator ook stroom verbruiken terwijl de lamp uit staat. Dit is ook wel bekend onder de term sluipverbruik. Als u een schakelaar tussen het stopcontact en de transformator plaatst, kunt u alles uit zetten. De stekker eruit trekken helpt ook.

Lampen zijn soms voorzien van een dimmer. Dimmers verbruiken vaak ook energie als de lamp niet aanstaat. Ook dit voorkomt u door een aan/uit schakelaar tussen stopcontact en dimmer te plaatsen of de stekker eruit te trekken. Alle dimmers in Nederland hebben tezamen een sluipverbruik dat gelijk is aan het elektriciteitsverbruik van 10.000 woningen.

Dimmers

Als een gloeilamp of een halogeenlamp wordt gedimd, bespaart dit niet zo veel elektriciteit. Wanneer 50 % van het licht wordt gedimd, is er nog steeds een elektriciteitsverbruik van 75 %.
Gewone dimmers kunnen niet gebruikt worden bij spaarlampen. Als de spanning te laag wordt, zal de lamp gaan knipperen (pendelen). Hierdoor neemt de levensduur van de lamp snel af. Ook een bewegingsmelder of lichtsensor in combinatie met een spaarlamp wordt daarom afgeraden.
Wel zijn er spaarlampen in de handel die in twee standen gezet kunnen worden. In deze lampen zit de schakeling ingebouwd in de lampvoet, waardoor de lamp naar keuze op volle of halve sterkte kan branden. De stand wordt gekozen door de lamp aan en uit te schakelen.
Speciale spaarlampen met steekfitting en TL buizen met elektronische voorscha-kelaar, kunnen wèl gedimd worden met een speciale elektronische dimmer. Deze dimmers zitten ingebouwd in de armatuur of kunnen door een installatiebedrijf aangelegd worden. Deze dimmers besparen wel veel energie: als de lamp de halve lichtsterkte geeft, is het energieverbruik ook de helft.

Afval

Gewone gloeilampen bevatten, naast glas, ook andere materialen. Ze mogen daarom niet in de glasbak, maar gaan bij het gewone huisvuil. Datzelfde geldt voor halogeenlampen.
TL-buizen en spaarlampen bevatten kwik. Op de verpakking staat daarom het KCA-logo, wat betekend dat ze ingeleverd moeten worden als klein chemisch afval (KCA). Afgedankte dimmers en voorschakelapparatuur bevatten materialen die hergebruikt kunnen worden. Dit is mogelijk als u ze , net zoals elektrische apparaten, inlevert bij het KCA-depot.

Energiepremie

Voor armaturen met een spaarlamp met steekfitting van meer dan 30 Watt en een Kema-certificaat, kreeg u tot 1 januari 2003 na aankoop een Energiepremie krijgen van € 50. Deze premieregeling is per 1 januari 2003 vervallen.

Energielabel

Lampen zijn vanaf 1 januari 2001 verplicht voorzien van een Energielabel. Uitzonderingen zijn onder andere laagvoltage halogeenlampen en alle reflectorlampen, omdat voor deze lampen geen goede criteria ontwikkeld kunnen worden. Het Energielabel geeft aan hoe energiezuinig de lamp is vergeleken met andere lampen. Een lamp met het predikaat A is het zuinigst. Het G-label is voor de lamp die de meeste energie verbruikt. TL-buizen en spaarlampen krijgen het label A of B. Halogeenverlichting zal het label D krijgen en gloeilampen komen in de categorieën E, F en G.
Behalve de klasse moet de fabrikant op de verpakking ook apart het opgenomen vermogen en de lichtopbrengst vermelden. De vermelding van het aantal branduren is niet verplicht.

Onderdeel I: De energie-efficiëntie van de lamp wordt uitgedrukt in de klassen A tot G; klasse A voor de meest efficiënte lamptypen en klasse G voor de minst efficiënte.
Onderdeel II: De lichtstroom van de lamp (in Lumen)
Onderdeel III: Het opgenomen vermogen van de lamp (in Watt)
Onderdeel IV: De gemiddelde levensduur van de lamp (in uren), dit gegeven mag achterwege worden gelaten.

GEEA-label
In Europees verband is het vrijwillige energiekwaliteitslabel GEEA (Group for Energy Efficient Appliances) ontwikkeld voor elektrische apparaten en producten, waaronder woomhuisarmaturen. De criteria worden opgesteld in overleg met vertegenwoordigers van de industrie en andere belanghebbenden. Producten voorzien van een GEEA-label behoren tot de 30% zuinigste in hun soort.

Standpunten andere organisaties

Overheidsbeleid
Op 1 januari 1996 is de energieheffing of REB (Regulerende Energiebelasting) ingevoerd. Dit betekent dat u een heffing moet betalen over de gebruikte energie (gas, elektriciteit, olie). De overheid wil zo energiebesparing stimuleren. Sinds 1 januari 2000 wordt de Landelijke Regeling Energiepremies gefinancierd met REB gelden. Volgens deze regeling krijgt u bij de aanschaf van energiebesparende apparaten een bepaald bedrag retour via het energiebedrijf. Ook hiermee wordt energiebesparing aangemoedigd. Dit past ook in het klimaatbeleid: volgens de Klimaatnota uit 1999 moet een deel van de beoogde vermindering van uitstoot van broeikasgassen bereikt worden door energiebesparing in huishoudens.

Energiebedrijven en woningbouwcoöperaties
Energiebedrijven stimuleren het gebruik van energie-efficiënte lampen door voorlichtingscampagnes. Sommige energiebedrijven en woningbouwcoöperaties geven korting op de aanschaf van spaarlampen.

Wat kunt u nog meer doen?

Er zijn vele mogelijkheden om in huis energie te besparen. U kunt hierbij denken aan het isoleren van uw huis, aan de aanschaf van energiezuinige apparaten en aan het overschakelen van elektrische boilers en kookapparatuur naar gasgestookte voorzieningen.

Meer informatie

Organisaties
Het energiebedrijf verstrekt informatie over energiebesparende maatregelen in huis. Sommige geven ook korting op energie-efficiënte lampen.

Naar top